|

Honingerdijk 56
3062 NW Rotterdam
info@zonnehoek.com

top

Villa Zonnehoek

Villa Zonnehoek is gebouwd in 1890 in opdracht van havenbaron James Smith (1824 – 1894) en was onderdeel van landgoed Trompenburg. Het pand is een gemeentelijk monument (nr. E-145) vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde. Het is een kenmerkend voorbeeld van een laat negentiende eeuwse villa voor de gegoede stand in neo-renaissancistische stijl vormgegeven.

MEER OVER VILLA ZONNEHOEK >

Historie

1890

Architect A. van Ameyden van Duyn ontwerpt een vrijstaande villa in rijke, eclectische vormentaal. De opdrachtgever is havenbaron James Smith (1824 – 1894).

1914

Architect Michiel Brinkman ontwerpt een uitbreiding. De uitbouw over drie lagen, met een grote erkerkamer met halfrond front op de bel-etage, wordt in harmonie met het bestaande vormgegeven.  De hoofdentree wordt nadrukkelijker gemaakt.

1956

De villa wordt een tehuis voor jongens. De functiewijziging gaat gepaard met een stevige transformatie.

1982

Een bewaarde set tekeningen getuigt van een voorgenomen verbouwing naar plannen van Ontwerpburo Eric Bakema. Er volgt echter een bescheiden verbouwing.

1995

De villa krijgt weer een woonbestemming. De nieuwe eigenaar renoveert het huis waarbij de aankleding en indeling van de tehuis-periode in zijn geheel wordt opgeruimd.

2018

De villa krijgt wederom een grote verbouwing door een nieuwe eigenaar, waarbij het authentieke en het contemporaine opnieuw in balans gebracht worden. De villa wordt verduurzaamd naar energielabel B.

Familie
Van Hoey Smith

De familie Van Hoey Smith was een schatrijke redersfamilie die op meerdere terreinen een belangrijke rol speelde in Rotterdam.

 

John Smith werd in 1708 poorter van Rotterdam. De nakomelingen van zijn zoon James Smith en kleinzoon James jr. (ovl. 1823) raakten verwant met invloedrijke Rotterdamse families. Zo trouwden kinderen van William Smith (1781-1853) en Sara Geertuida van Hoey met leden van de families Van Hoboken en Van Stolk.

 

James Smith (1824-1894) trouwde met een dochter Sieuwerts van Reesema. Hij verwierf omvangrijke goederen in Kralingen, onder meer het landgoed Trompenburg. Hij richtte in 1851 de  rederij J.A. van Hoey en Smith op. In 1865 veranderde de naam in James Smith & Co. Grietttie Smith- van Stolk was in de eerste helft van de vorige eeuw een van de grootste kunstverzamelaars in Rotterdam, en was getrouwd met zijn zoon William Smith (1849 – 1918). Zij hadden twee zonen, James en Adriaan Pieter van Hoey Smith.

 

William Smith overleed in 1918, zijn nalatenschap werd verdeelt tussen zijn weduwe en beide zoons. James van Hoey Smith erft o.a. landgoed en villa Trompenburg te Kralingen-Rotterdam en Adriaan Pieter erft o.a. buitenplaats- en huis Olaertsduyn te Rockanje. Vanaf 1918, toen Griettie Smith weduwe werd, vormde zij met haar zoon, de reder en cargadoor James (Jim) Van Hoey Smith, en diens vrouw Jeanne van Stolk één huishouden op het landgoed Trompenburg.

Monument

Villa Zonnehoek is sinds 2016 een gemeentelijk monument (nr. E-145). Het uit 1980 daterende pand is van belang vanwege cultuur- en architectonische waarde als kenmerkend voorbeeld van een laat negentiende eeuwse villa voor de gegoede stand in neorenaissance stijl vorm gegeven. Tevens is het van belang wegens de ensemblewaarde als beeldbepalend onderdeel van de villabebouwing aan de Honingerdijk en Essenweg

Verbouwing
2018 - 2019

In 2018 en 2019 is villa Zonnehoek in opdracht van de nieuwe eigenaar grootschalig verbouwd onder leiding van architect Lennart Otte. Bij deze verbouwing zijn het authentieke en het contemporaine opnieuw in balans gebracht.

Aboretum
Trompenburg

Villa Zonnehoek en Aboretum Trompenburg zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Beide maakten deel uit van het vroegere landgoed Trompenburg. De aanleg dateert van 1820, maar is pas voor publiek opengesteld in 1958. Het werd generaties lang beheerd door de familie Van Hoey Smith.

 

In 1859 vestigde James Smith zich op de buitenplaats Zomerlust, die in 1820 gebouwd was. Hij voegde buitenplaats Trompenburg toe aan zijn bezit, evenals enkele stukken weiland en tuinderijen met een totale oppervlakte van 8 hectare. De buitenplaats werd gebouwd als weekend- en zomerverblijf, maar later werd het het hele jaar bewoond.

 

De tuin achter het huis werd aangelegd in de Engelse (late) landschapstijl en vanwege de grote passie voor bomen begon de familie Smith met de aanleg van een bomenverzameling, een aboretum. Er staan 4000 soorten bomen, struiken en vaste planten en is daarmee uniek in Europa.

 

Door de grote vraag naar arbeidskrachten in de haven van Rotterdam, stroomden havenarbeiders van heinde en verre toe. De woningnood was groot en Rotterdam bouwde huizen waar het maar kon. Ook de Kralingse buitenplaasten ontkwamen niet aan de expansiedrift. In 1895 werd Kralingen geannexeerd door Rotterdam en verschillende buitenplaatsen moesten letterlijk het veld ruimen voor arbeiderswoningen. Buitenplaats Zomerlust, inmiddels omgedoopt in buitenplaats Trompenburg, bleef behouden.

 

De familie Van Hoey Smith houdt het aboretum tot 1958 in particuliere handen. Kleinzoon J.R.P. (Dick) van Hoey Smith, bracht het aboretum in dat jaar onder in een stichting waarna het park voor publiek wordt opengesteld.